Hervormde Gemeente Wateringen

Wateringen - Kwintsheul - Wateringse Veld

 

 
    Kerk en Smidse                                                door F.C. Groen
Een afbeelding van de oude Smederij zoals die vroeger midden op het Plein stond.

 

 

V.L.N.R.


Nol Lipman
Han lipman
Jan Lipman * 1877
Ai Lipman  * 1892



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Deze foto is op 29 juni van 1945 gemaakt en laat de dorplingen weten dat Dhr. Vios in de toren zat ondergedoken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

op deze foto staan:

Ben Wessels  Jan Verheul    Ai Lipman       Han Kraan  Jan Mooiman  Gen Volkering      

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een foto uit 1982 van "Tante"          Jo Lipman

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  SMEDERIJ.JPG (82971 bytes)

Een oude akte.

In het oud-archief van de Hervormde kerk van Wateringen bevindt zich een bijzondere akte. Op het eerste gezicht zou men denken, dat deze daarin niet thuishoort en om de een of andere duistere reden in het kerkarchief is terecht gekomen. Het betreft een stuk uit het jaar 1835. Deze akte gaat over de openbare verkoop van een huis annex een goed beklante smederij en de daarbij behorende gereedschappen. Verkoper was de Wateringse smid, de 75-jarige Johannes Kuyper. Zijn vrouw, Apolonia Waterreus, was enkele maanden tevoren overleden. Zijn zoon, Theodorus Kuyper, was pastoor in Medemblik. Zijn stiefzoon,, Theodorus Bijsterveld, zoon uit het eerste huwelijk van zijn vrouw, had een goed beklante smederij in Rijswijk. Waarom dan ook, zou hij zijn smederij aanhouden en niet van een welverdiende rust gaan genieten?

Bij Kuyper geen traditie, waarbij de zoon de smederij van vader voortzette.. Dit in tegenstelling met zijn voorganger Joris Oomen die de laatste van een generatie van smeden was geweest.

In 1798 had Kuyper de smederij van de weduwe Oomen overgenomen. De smederij was toen wat in de versukkeling geraakt. Maar de nieuwe smid Johannes Kuyper was er hard tegen aan gegaan en had er een bloeiend bedrijf van gemaakt. In 1835, na de dood van zijn vrouw, besloot Kuyper met het werk te stoppen en zijn zaak te verkopen.

De smederij kwam in goede handen! Koper was zijn eigen knecht : Johannes Lipman, die al vijf jaar bij hem in dienst was. Voor het bedrag van / 3.050 mocht Lipman de smederij de zijne noemen. Sinds die tijd klinkt de naam Lipman de Wateringers vertrouwd in de oren. Niet minder dan vier geslachten Lipman zouden dat zware beroep op dezelfde plaats in het centrum van Wateringen uitoefenen.

Bij nader onderzoek van deze verkoopakte blijkt, dat deze niet bij vergissing in het oude kerkarchief is terecht gekomen, maar er werkelijk in thuishoort. In deze akte komt namelijk een bepaling voor - wij zouden zeggen in de kleine lettertjes - dat de eigenaar van de smidse jaarlijks een bedrag van twee gulden aan de Hervormde kerk schuldig was.

SMIDSE.jpg (47747 bytes)

Het "koolhock"

 Hoe kwam deze bepaling in die koopakte terecht ? Dat is al een heel oude geschiedenis. In het jaar 1662, nu ruim 3 eeuwen geleden, sloten Adriaen Jasperszoon van der Smede en de Wateringse kerkmeesters een contract, waarbij de smid voor zijn "koolhock" - dat op het kerkhof stond - voortaan twee ponden per jaar zou gaan betalen.

De achterzijde van de smederij namelijk grensde aan het geheel door bebouwing omsloten kerkhof. Achter zijn huis, op het kerkhof, stond het kolenhok van de smid. Dit hok had een fikse afmeting . Het besloeg een ruimte van 17 ca. Een schuur van ongeveer drie bij zes meter. Alle vervoer ging in die tijd per schuit. Nu kon de smid in één keer zijn kolenhok met een schuitlading vol laten kruien. Een prettige bijkomstigheid was, dat de smederij zo dicht bij de Wateringse Vaart lag. Aan het Plein. Daar bevond zich ook de aanlegplaats van de trekschuiten naar Delft en Den Haag. De kolen aangevoerd met de schuit, konden met de kruiwagen naar de smederij gebracht worden.

 Steenkool was toen iets heel bijzonders. Men kende die amper. Trouwens, in deze tijd van aardgas zal onze jeugd vermoedelijk geen weet meer hebben, hoe deze kolen er uitzagen, laat staan waarvoor ze gebruikt werden.

In die oude tijd was steenkool tamelijk onbekend. Want men stookte toen met turf. Turf, een goedkope brandstof, die in vele delen van ons land gestoken of gebaggerd werd. In ons dorp hoefde men daarnaar niet lang te zoeken. In het veengebied van de Wateringveldse polders was volop turf te vinden.

 De smid had echter andere brandstof dan turf nodig. Een brandstof die meer hitte gaf. Een hitte die het ijzer deed gloeien . Geschikt daartoe was de steenkool. Wanneer de blaasbalg de lucht door de gloeiende kooltjes joeg, kreeg het vuur de juiste temperatuur, om het ijzer tot een roodgloeiende massa te verhitten zzodat het zacht genoeg was om het te bewerken..

Maar deze kolen waren schaars en peperduur. Al vanaf de middeleeuwen werden ze op beperkte schaal in Limburg in dagbouw gedolven.

Elk jaar werd door de kerkmeesters het "staangeld", de twee ponden, verantwoord in de jaarrekeningen. Zo komt het, dat door de eeuwen heen de namen van de elkaar opvolgende smeden ons bekend zijn.

 Honderd jaar later, in 1773, komt het kolenhok van de smid weer in een akte ter sprake. Smid Joris Oomen wil zijn "koolhock" beter bereikbaar maken.. Op zijn verzoek krijgt hij van schout Abraham Douglas en de kerkmeesters Hendrik Kroesbeek en Pieter Sonneveld toestemming de muur aan het kerkhof te verplaatsen.

De schout... wat had deze met onze kerk te maken ? In deze tijd was de Hervormde kerk staatskerk. Bij allerlei beslissingen moest men van de schout van Naaldwijk, die tevens dit ambt ook over Wateringen uitoefende, geraadpleegd worden.

Bovendien was reeds vanaf de stichting de kerk afhankelijk van de ridders van het Wateringse Huis. Zo bezaten zij o.a. het recht van Collatie : zij hadden invloed bij de benoeming van de pastoor, na de reformatie bij die van de predikant. Door vererving kwam dit recht in handen van de eigenaars van het Hof van Honselersdijk. In de 17e en 18e eeuw waren dat de Oranjes. Stadhouder Willem V liet voor zijn Westlandse bezittingen het bestuur aan de schout van Naaldwijk over. Bij alle beslissingen waren de Wateringse kerkbestuurders afhankelijk van deze schout.

De smid mocht de muur verplaatsen, maar op de eerste aanwijzing van schout en kerkmeesters moest hij de zaak weer in de oude toestand brengen.

De naam Hendrik Kroesbeek is voor de huidige Wateringers niet onbekend. Zijn naam staat gegraveerd op de twee zilveren avondmaalsbekers die gemaakt zijn in 1779

 Weer een eeuw later, in 1874, is er een derde akte die het kolenhok betreft. Maria van der Lely, weduwe van Johannes Lipman, belooft nu vier gulden als staangeld voor het kolenhok af te dragen. In een tijdperk van twee eeuwen had de inflatie toegeslagen en moest het dubbele van het bedrag betaald worden. De werkelijke waardevermindering van het geld zal wel meer geweest zijn. De kerkvoogden hebben haar als goede buur behandeld en niet het vel over de oren gehaald.

In 1936 kwam er een einde aan de betaling van het staangeld voor het kolenhok. Jan Lipman, de toenmalige smid, verkreeg bij de herindeling van het Plein,een gedeelte van het oude kerkhof om er zijn nieuwe smederij te bouwen. Daarbij was ook de grond begrepen waarop zijn kolenhok al eeuwen had gestaan. Halverwege dat jaar ging het perceel op zijn naam over. En eerlijk is eerlijk, de kerkvoogdij bracht hem in 1936 slechts de helft van het bedrag, namelijk twee gulden, voor zijn kolenhok in rekening.

 

De oudste gegevens.

De smederij had een respectabele leeftijd. Eeuwenlang stond deze in de schaduw van de kerk. In het archief van de burgerlijke gemeente bevindt zich een akte uit 1630, waarbij de boedel van de overleden smid Cornelis Corneliszoon verdeeld werd.

 Maar de kerk heeft nog oudere gegevens over de smid. En wel uit 1578, kort na de reformatie van de kerk. Het betreft de oudste jaarrekening die van onze kerk bewaard is gebleven. Daarin wordt de naam genoemd van smid Jacob Jasperszoon. Hij had met de uurwerkmaker het "uyerwerck" hersteld en het "tersoertgen" (tresorie=schatkist) in de sacristie gerepareerd.

Steevast vinden we, door al die eeuwen heen, ook in de jaarrekeningen de namen van de smeden. En kennen we hen - niet alleen door de betaling van het Astaangeld@ van het kolenhok - maar ook door het werk, dat zij voor de kerk of diakonie verrichten.

Meestal ging de smederij over van vader op zoon. In het eerste geslacht van smeden- zij noemden zich naar hun beroep Van der Smede - vinden we bijna altijd de naam Jasper. In een volgend geslacht, dat van de Oomens, treffen we dikwijls de voornaam Joris aan. Dank zij de jaarrekeningen van de kerkmeesters kennen wij alle namen van de smeden, die vanaf 1578 hun beroep in de smidse hebben uitgeoefend.

 

 Werk voor de kerk.

 Maar wij kennen de smeden niet alleen als de nijvere ambachtslieden die van de kerkmeesters opdrachten kregen het kerkgebouw te onderhouden. Tijdens de kerkdiensten zien wij hen zitten in de banken rondom de preekstoel als ouderling, diaken of kerkmeester. Ook in deze zaken maakten zij zich verdienstelijk voor de kerk.

Maar omstreeks 1700 verdwijnen ze uit het "hekje", zoals de kerkeraadsbanken in vroeger dagen werden genoemd. Een nieuwe familie betrekt de smederij, die van Joris Oomen en de zijnen. Joris was katholiek en behoorde tot de andere kerk die Wateringen bezat, die van de parochie van St. Jan de Doper.

Gelukkig bleven de kerkmeesters hem de klandizie gunnen.

En in die dagen hadden de ambachtslieden altijd wel wat voor de kerk te doen. Want de kerkmeesters hadden niet alleen de zorg voor het kerkgebouw en de pastorie, maar ook voor die van de school en het schoolhuis. Deze bevonden zich aan het Plein en wel op de plek van het voormalige Vios-terrein, recht tegenover de huidige pastorie.

Deze extra zorg van de kerkmeesters voor school en schoolhuis, kan wellicht voor de huidige kerkvoogdij een troost zijn, de kerkvoogden die naast de zorg voor kerk en pastorie, ook de zorg voor het in 1994 geopende kerkelijk centrum "De Smidse" moeten dragen.

Hoewel ....die vroegere kerkmeesters hadden daarbij de hulp van de armmeesters. Beiden, kerk- en armmeesters, droegen samen, ieder voor de helft, de kosten van pastorie, school en schoolhuis. U ziet, ook in vroegere tijden schoot de diakonie de kerkvoogdij te hulp, om de altijd lege kerkekas te vullen!

 

Het nieuwe torenuurwerk.

In 1774 was het uurwerk van de toren totaal versleten. Voor het dorp een ramp! Want op een enkeling na, zoals de bewoners van de buitenplaatsen het Hof en Suydervelt, van Wouw en Swerius die zelf een uurwerk hadden, bepaalde de torenklok mede het dagelijks ritme van het dorpsleven.

Er moest dus een nieuw uurwerk komen. Maar dat was niet zo'n eenvoudige zaak ! Reeds lang tobde men met deze tijdaanwijzer. In het jaar 1740 had het torenuurwerk een grondige restauratie ondergaan. Twee klokkenmakers uit '-Gravenhage, met de klankvolle Franse namen Couvrier en Lacroix, hadden zich met de vernieuwing van het uurwerk beziggeouden. Notaris Bahrmeier had het contract opgesteld. Daarna had een zekere La Porte als opzichter het "horlogie in den toorn" geïnspecteerd. Alles bij elkaar had het veel geld gekost, maar de dorpsbewoners wisten weer hoe laat het was.

In het jaar 1774 was het met het "horlogie" weer mis. Nu werd de smid er bij geroepen! Het getuigt toch wel van het vakmanschap van die eenvoudige dorpssmid Joris Oomen, dat hij van de kerkmeesters de opdracht kreeg een nieuw uurwerk in de toren te plaatsen. Hij nam de eervolle opdracht voor 300 gulden aan en beloofde de eerstvolgende tien jaren het uurwerk gratis te onderhouden. Joris Oomen leverde een goed stuk werk., want nadien werden er geen klachten meer over het torenuurwerk vernomen.

In 1795 kwam er een einde aan de bemoeienis van de kerkmeesters met het uurwerk. Toren, uurwerk, klokken werden door de staat genationaliseerd. Sindsdien is het gemeentebestuur eigenaar van deze en onderhoudt toren en uurwerk vooral de laatste jaren op een uitnemende wijze.

In het jaar 1835 treedt er weer een nieuwe smidsfamilie aan. Nu een naam die we allen met de smederij verbinden : Johannes Lipman. Hij was geboren in Warmond. Zijn vader kwam oorspronkelijk uit Duitsland. Johannes had , als huursoldaat, dienst gedaan in het leger van Napoleon, maar was, toen de Fransen uit ons land waren verdreven, zoals vele van zijn kameraden, in Nederland gebleven.

 

Een bekende smidszoon.

Hoe ook de vroegere bewoners van de smederij zich verbonden wisten met onze kerk, bewijst wel de belangstelling die de smidszoon Piet Lipman, alias Piet Vios, voor de kerk toonde. In 1967 schrijft hij :

Ik ben geboren op nog geen tien meter afstand van de kerkdeur.

Bij mooi weer stond mijn kinderwagen voor of naast de kerk.

Mijn kindertuintje lag tussen twee steunberen van de kerk achter

ons huis op het kerkhof. Ik leef en werk nu al 80 jaar op een

afstand van minder dan 100 meter van de kerk. En in de oorlog

heb ik zelfs mijn leven aan deze kerk te danken.

Piet Lipman wist, meer dan wie dan ook in zijn tijd, over de bouw en de geschiedenis van de kerk te vertellen. Hij had dan ook vele foto's, prentbriefkaarten en tekeningen van de kerk verzameld.

Wanneer er in de kerk bij kleine of grote reparaties gebroken of gegraven moest worden - hij hoefde er niet ver voor te lopen, hij woonde schuin tegenover de kerk - was hij er als de kippen bij om te zien of het gebouw enkele van zijn geheimen wilde prijs geven.

Bij de vroegere restauraties van het kerkgebouw maakte men dan ook graag gebruik van zijn kennis en verzameling.

 

KERKVIOS.JPG (19675 bytes)

Piet Vios als "boven" duiker.

 Op 19 september 1944 kwam een grote trailer het Dorpsplein oprijden en stopte voor het woonhuis van Piet Lipman, die naar zijn busonderneming vrijwel door iedereen Piet Vios werd genoemd.

Die dag vierde Lipman zijn verjaardag. De familie zat net aan de koffie. Koffie....maar dan wel gemaakt van gebrande erwten. Het waren Duitsers, op roof naar fietsen en alles wat rijdbaar was.

Nadat hem opengedaan was, zei de bevelvoerende officier, wijzend op Piet Lipman : Die kere nemen we gevangen. Vios stond namelijk in die oorlogsdagen bekend om zijn goed-vaderlandse gezindheid. Dat hij het verzet hielp met het witwassen van gestolen benzinebonnen, wisten ze gelukkig niet. Maar voordat hij als gevangene afgevoerd zou worden moest hij - onder bedreiging van een pistool - mee naar de garages en werkplaatsen om deze te openen. Met lede ogen moest hij het aanzien, hoe deze door de Duitsers werden leeggeroofd en de buit - vitale auto-onderdelen - in de trailer werden geladen. Toen zijn werkplaatsen doorzocht waren, was zijn huis aan de beurt. Nog steeds met het pistool op hem gericht volgde een huiszoeking, en werd kamer voor kamer aan een inspectie onderworpen. Maar daar was niets van hun gading te vinden.

Nadat de Duitse officier de beneden en bovenverdieping gezien had, kwam de zolder aan de beurt. En daar zag Vios zijn kans!

Hij deed de deur naar de zoldertrap open en liet de Duitser eerst naar boven gaan. Daarna duwde hij zijn vrouw de trap op. Zelf liep hij rustig naar beneden, de gang door naar buiten, voorbij de Duitse soldaten die op wacht stonden. Hij werd niet opgemerkt! Hoe kon dat? Piet Vios namelijk, hoewel directeur van één van de grootste busondernemingen van ons land, was voor een vreemde als zodanig niet te herkennen. Dikwijls zag hij er niet uit, met zijn vuile handen en zijn pak met olievlekken. Want hij schuwde het niet om met zijn monteurs onder de motorkap van een kapotte auto te kijken of onder te de auto te kruipen.

Lipman stak rustig het Plein over, richting smederij van zijn broer Jan . Daar aangekomen verdween hij door de poort die toegang gaf tot de werkplaats. Op het plaatsje achter de smederij werd hij door zijn familieleden over een muur geholpen en kwam terecht op het oude kerkhof, achter de woning van de pas benoemde koster Leen Rietkerk.

Ondertussen klonken op het Dorpsplein luide bevelen. De verdwijning van "Herr Direktor" was door de Duitsers ontdekt.

 

In de toren.

 Vergeefs probeerde Vios door de achterdeur de kerk binnen te komen. Die zat op slot. Maar gelukkig was de nieuwe koster in de buurt. Hij stond buiten op het pad, evenals de overige Pleinbewoners, aangetrokken door wat er op het Dorpsplein gaande was.

Rietkerk loodste de vluchteling snel door de achterdeur naar binnen en eenmaal in de kerk maakte hij voor hem de deur naar de torentrap open.

Weldra zat Vios boven in de toren en keek vanuit een raampje naar wat daar beneden gebeurde. Daar zag hij juist hoe zijn radio, die hij verborgen had tussen opgeslagen meubels in een van zijn magazijnen en waarmee hij dagelijks het nieuws via Radio-Oranje beluisterde, naar de trailer gebracht werd. Op het bezit en het luisteren ervan riskeerde men het concentratiekamp.

Even later zag hij, hoe een nieuwe Skoda, al die tijd zorgvuldig opgeborgen, naar buiten werd geduwd. Daar ook zag hij hoe zijn zuinig bewaarde autobanden - het waren er een honderd - in de zo langzamerhand volrakende trailer verdwenen.

Toen het avond geworden was, maakte hij in het koor van de kerk van kussens die in de kerkbanken lagen, een slaapplaats. Maar voor hij zich ter ruste legde, bad hij eerst nog een rozenkrans. In een flits ging het door hem heen, hoevele eeuwen hier de rozenkrans niet meer gebeden was.

De volgende dag vond hij een betere schuilplaats. Onder het harmonium in de Voorzaal vond hij een luik, daar zou hij zich, als de nood helemaal aan de man kwam, nog beter kunnen verschuilen.

Ondertussen werd hij van eten voorzien door het kostersechtpaar. Niemand, ook zijn gezin niet, wist dat Lipman zich, zo dicht bij huis, verborgen hield. Maar één kwam het echter spoedig te weten.

Mevrouw Rietkerk maakte zich erg ongerust. Daar was ook wel reden voor, want overal in het dorp zochten de Duitsers naar de Vios-directeur. Daar de kostersvrouw niet slapen kon, vroeg ze dokter Hoogwater om zwaardere slaappillen. Dokter Hoogwater die zijn Wateringers door en door kende, drong er sterk bij haar op aan te zeggen wat er aan de hand was. Uiteindelijk kwam het hoge woord er uit : Vios zit bij ons in de toren! Ondanks de ernstige toestand waarin de betrokkenen verkeerden, kwam er een glimlach op het gezicht van de dokter. Hij zei : Wat een kerel! Iedereen denkt, dat hij in Drente of wie waar dan ook zit, maar nu zit hij rustig in de toren te kijken, wat er in het dorp gebeurt! Hij pakte een paar sigaren, die in die tijd erg schaars waren, en zei : Hier, voor die onderduiker!

Na een verblijf van vier dagen, durfde Vios het aan zijn schuilplaats te verlaten.. Er werd niet meer naar hem gezocht. 's Morgens om 5 uur - 's nachts mocht men in de bezettingstijd niet op straat zijn - verliet hij lopend Wateringen, begeleid door Rietkerk. Die reed op de fiets voor hem uit om te zien of de kust veilig was. Bij de Hoge Heul namen zij afscheid en Vios vervolgde zijn weg naar Leidsendam, waar familie van hem woonde. Daar vond hij een veilig heenkomen en daar ook heeft hij het einde van de oorlog afgewacht. Eenmaal thuis, na de bevrijding, heeft hij zich volledig ingezet voor de wederopbouw van zijn touringcarbedrijf.

 

 Han Lipman als "onder" duiker.

 Voor nog een andere smidszoon bleek de kerk ook een schuilplaats te zijn. Tijdens de razzia=s die de Duitsers in de winter van 1944/45 hielden, vonden enkele Wateringers een veilig heenkomen in de Wateringse kerk. Han Lipman, zoon van de smid Jan Lipman, commandant van een verzetsgoep, vertelt daarover in het boek Verzetsherineringen 1940-1945

Met de zoons van Ds Steenbeek en koster Rietkerk hadden we onder de

vloer van een zaaltje van de kerk een schuilplaats gemaakt. In een kast was

de vloer opengezaagd. De zaagsnede werd afgedekt door de drempel.

In tijd van nood verdwenen we door de gemaakte opening onder de vloer,

waarna de vrouw van de koster de plankjes en de drempel op hun plaats bracht

We hadden was stro onder de vloer gebracht , zodat we iets beschermd waren

tegen de kou. Helaas waren er toen nog geen slaapzakken Ook hadden we

kans gezien wat proviand te verzamelen, zodat we het enige tijd konden

uithouden voor het geval de razzia een paar dagen zou aanhouden. Uiteraard

was er ook een geïmproviseerd toilet aanwezig. Als regel maakten we met zes

man gebruik van deze schuilplaats.

Gelukkig zijn we nooit ontdekt. Ik was in het bezit van een stengun en die nam

ik mee in de schuilplaats Als de Duitsers waren verdwenen en de rust in

het dorp was teruggekeerd, kwam buurvrouw Rietkerk ons bevrijden, want

uit ons zelf konden we de afsluiting in de kast niet openmaken. Achteraf

bezien wel een riskante onderneming in het geval haar iets was overkomen.

 

BRANDW.JPG (24655 bytes)

Het spuithuis.

De smeden waren ook opperbrandmeester van het dorp. Dat was gemakkelijk, want de smid woonde naast het "spuithuis". Het spuithuis was altijd al het domein van de smid en zijn spuitgasten geweest. Het bevond zich in het voorste gedeelte van de kerk rechts naast de toren. Waar nu ramen zijn, bevonden zich vroeger deuren, waardoor de brandspuit naar binnen gereden kon worden. In dat hoge spuithuis - heel vroeger maakten de voorzalen deel uit van de kerkruimte - stonden de metershoge brandhaken, de ladders en hingen de brandslangen .

Na de verbouw van 1936 kreeg de kerk weer de beschikking over het "spuithuis" met het voormalige doopkapelletje. De brandweermaterialen vonden nu een onderkomen aan de Heulweg, aan de achterzijde van het gemeentehuis

Het oude "spuithuis" onderging een metaformose. In plaats van deuren kwamen nu twee hoge ramen, gelijk aan die van de andere zijde van de kerk. Binnen, in de hoge ruimte werd een zolder gemaakt. De lange middeleeuwse stenen trap die naar de eerste torenzolder leidde, moest wijken en werd op een andere plaats door een houten vervangen.

De ruimte werd nu gebruikt als vergaderzaal, waarvan het doopkapelletje ook deel uitmaakte. Na de laatste restauratie van 1979 is de situatie weer veranderd. Het kleine zaaltje kwam nu te vervallen. Het dient thans deels als toilet-, deels als opbergruimte.

 

Trekpleister voor de jeugd.

De oude smederij met de daar bovenuit stekende kerktoren gaf aan het Dorpsplein een intieme sfeer. Menig oude prentbriefkaart laat ons nog iets van die sfeer proeven.

Maar de schooljeugd, die het Plein van huis naar school dagelijks moest passeren, had geen oog voor die rustieke sfeer. De smederij, die had hun bijzondere aandacht. Daar was altijd wel wat te beleven. Met de neus tegen de kleine ruitjes gedrukt, stond menige schooljongen te kijken, hoe de smid met de zware voorhamer op het rood-gloeiend ijzer beukte, het ijzer met de grote tang weer in het vuur legde, de blaasbalg aantrok en vervolgens het weer gloeiende ijzer op het aambeeld tot een hoefijzer smeedde

Of, hoe hij in de travaille bezig was een paard te beslaan en de reuk van de schroeiende hoef zich over het gehele Dorpsplein verspreidde.

Of, hoe hij op de straat voor zijn werkplaats, geholpen door zijn broer Jan Lipman of zijn knecht Han van der Kraan op het plein voor de smederij met grote tangen de gloeiende ijzeren band om een wagenwiel legde en daarna over het rokende, brandende rad een emmer water plensde, zodat de vlammen al sissend doofden.

Het was voor de kijkende schoolkinderen wel zaak om niet zoals Daantje uit het bekende schoolliedje te laat op school te komen. Kent u het nog ?

Daantje zou naar school toe gaan,

Maar hij bleef gedurig staan,

Hier te kijken, daar te turen,

En het zou niet lang meer duren,

Of de klok zou negen slaan.

Daantje, Daantje stap toch aan!

Maar de Wateringse Daantjes behoefden niet te laat te komen, de torenklok met zijn grote wijzerplaten was immers dichtbij !

 

Een nieuwe smederij.

En toen kwam voor de kerk het rampjaar 1936 ! Een vernieuwingsdrang waarde door Wateringen.

De kerk was te klein om alle kerkgangers des zondags te bergen....... men verwijderde de middeleeuwse pilaren.

Het Dorpsplein was te smal. Er kwam teveel verkeer over het plein.......de oude smederij moest verdwijnen.

Aan deze ingrijpende veranderingen in ons dorp was een ingewikkelde ruiling van grond en eigendommen voorafgegaan.

De oude pastorie kwam in bezit van het gemeentebestuur.Er voor in de plaats kwam het Oud-Hhollandse raadhuis van Kropholler. De twee kastanjebomen die voor de oude pastorie stonden, zijn gespaard gebleven. Zij staan nog steeds te prijken voor het bordes van Krophollers schepping.

Smid Jan Lipman kreeg een nieuwe smederij. De oude smederij moest wijken. Maar voordat de oude smederij werd afgebroken werd daarachter de nieuwe smederij gebouwd. Deze kwam te staan op een gedeelte van het oude, niet meer gebruikte kerkhof. En daarbij ook op de plek van het oude koolhok. Boven de smederij het woonhuis voor het gezin van smid Jan Lipman.

De kerk kreeg het zogenaamde. spuithuis met het voormalige doopkapelletje terug en men werd in staat gesteld een nieuwe pastorie te bouwen.

Op 1 januari 1937 betrok Jan Lipman zijn nieuwe smederij. Het is het gebouw, waar thans het kerkelijk centrum gevestigd is. De nieuwe smederij heeft echter nooit een grote bloei gekend. De tijd van vee- en bouwboeren, van paarden en rijtuigen, van smid en wagenmaker was voor Wateringen onherroepelijk voorbij. Het was nu alles tuinbouw wat de klok sloeg.

Wel begon Lipman met zijn zoon Arnold een uitgebreide verkoop van haarden, kachels en huishoudelijke artikelen. Maar ook deze kon de ondergang van het smidsbedrijf niet redden !

In het jaar 1973 kwam er definitief een einde aan de smidswerkzaamheden en werd het gehele bedrijf ingericht als speelgoedwinkel.

 

Speelgoedpaleis.

Door een toeval kwam de oudste dochter van de smid in de speelgoedhandel terecht. Het was in de Bezettingstijd. Dochter Riet was de ramen aan het lappen. Terwijl zij daarmee bezig was, werd zij aangesproken door een man die een speelgoedzaak van een grossier bleek te vertegenwoordigen. De Joodse eigenaar van de speelgoedhandel moest onderduiken en zocht een koper voor zijn waar. De vertegenwoordiger dacht dat deze plaats wel geschikt zou zijn om speelgoed te verkopen. En hij had juist gezien. Vader Lipman kocht de hele voorraad en het Wateringse speelgoedpaleis was geboren. In 1949 trouwde Riet Lipman en nu deed haar zus Jo haar intree in de wereld van het speelgoed. En zo werd Jo Lipman voor de Wateringse kinderen tante Jo.

TANT_JO.JPG (24460 bytes)

lk kind in Wateringen en omgeving kende tante Jo, de vriendelijke en immer opgewekte eigenares van het speelgoedpaleis aan het Plein. Ondanks haar handicap wist zij een hartelijke sfeer om zich heen te scheppen. Jaren was zij aan de kassa in haar overvloedig gevulde winkel te vinden.

Bovendien was haar winkel rijk voorzien van prentbriefkaarten. Terwijl in al de omliggende dorpen door de komst van de superwinkels deze kaarten verdwenen, zorgde zij er voor, dat de standaard met deze kaarten steeds met mooie en rijk gevarieerde kaarten gevuld waren. Een nieuwe kerk, een nieuwe school, een nieuwe straat, de moeite van fotograferen waard, was bij Jo al gauw in de winkel te vinden..

Toen Jo voelde, dat zij het wat rustiger aan moest doen, deed zij haar huis en winkel aan haar buurman, de kerkvoogdij, gaarne over.

Na een intensieve verbouw van het interieur , biedt het thans ruimte voor het kerkelijk bureau der Hervormde gemeente en voor een ontmoetingsruimte voor jong en oud.

 

Gebouw De Smidse.

Na een intensieve verbouw van het interieur, biedt de voormalige speelgoedwinkel thans ruimte voor het kerkelijk bureau der Hervormde Gemeente en voor een ontmoetingsruimte

voor jong en oud. Aan de zijde van het Plein werd er voor een Chr. Boekhandel een plaats ingeruimd

Op zaterdagmiddag 9 november 1994 werd de tot ontmoetingsruimte verbouwde smederij onder een overweldigende belangstelling en begunstigd door mooi weer geopend.

Het ontving op die middag ook zijn naam : De Smidse.

Met recht draagt het deze naam. Het staat op een historische plek. Immers meer dan drie eeuwen oefende hier de Wateringse smid zijn edel beroep uit. Met deze naamgeving zal de herinnering aan de eeuwenoude smidse gaande blijven.

 

Bijlagen.

Archief Herv. Kerk Wateringen nr. 272

Op huyden date deses hebben den Heere Schout ende Kerkckmeesters tot Wateringen aen Adriaen Jasperszoon, smit, geconsenteert ende vergunt, sulcx sij consenteeren ende vergunnen bij desen,

dat sijn koolhock, staende aen >t kerkckhoff tot

Wateringen voorseyt, sal blijven staen ter plaetse

ende in sulcker voegen als >t selve koolhock

jegenswoordich staet.

En dit alleenlijck soo lange als >t selve den voor-

noemde schout en jegenswoordich kerck-meesters

ofte haere successeurs in bedieninge goet duncken

ende gelieven sal.

Waervooren den voornoemden Adriaen Jasperszoon

belooft heeft sulcx hij belooft, mitsdesen jaerlijcx

soolange >t voorseyde koolhock ter voorseyde plaetse

staen aen de kerkckmeesters van Wateringen ten

profijten van de kerkcke te sullen geeven van twee

Carolus guldens.

 

Toirconde desen, ondertekent op den lesten januarij 1662.

 

Pieter van der Meer

1662

Daniël van Schoonhoven

Sijme Klasen Overvlyet

Ary Jaspersz. van der Smeede

 

Bij de verkoop van de smederij in 1835 aan Johannes Lipman

bevonden zich daar de volgende gereedschappen :

Twee aambeelden

Een klein dito

Twee blaasbalken

Twee schroeven

Twee handschroeven

Tien handhamers

Twee voorhamers

Twee zijhamers

Een dito handhamer

Een belhamer

Vier bankhamers

Zes en dertig vuurtangen

Zestien doorslagen

Drie koubijtels

Twee hakbijtels

Negen doorslagen voor hoefijzers

Twee stampers

Eene lade met doorslagen, koubijtels en drilboren

Eene drilboor

Een omslag voor een plaatboor met booren

Zes winkelhaken in soorten

Vier passers

Twee handschroeven met een saffrijntang

Twee kloofbijtels

Vier en twintig stuks, zoo groote als kleine gaten voor klinkbouten of spijkers

Zeventien gaatschijven , zoo groote als kleine soorten

Eene balans met schalen en twwe en dertig Nederlandsche ponden gewigt

Eene plaatschaar

Twintig schroevensleutels, zoo groote als kleine

Vier sloopnagels

Een snij-ijzer voor assen met toebehoren

Zes groote en twee kleine snij-ijzers en vringijzers

Twee stampers

Eene lade met doorslagen, koubijtels en drilboren

Eene drilboor

Een omslag voor een plaatboor met booren

Zes winkelhaken in soorten

Vier passers

Twee handschroeven met een saffrijntang

Twee kloofbijtels

Vier en twintig stuks, zoo groote als kleine gaten voor klinkbouten of spijkers

Zeventien gaatschijven , zoo groote als kleine soorten

Eene balans met schalen en twwe en dertig Nederlandsche ponden gewigt

Eene plaatschaar

Twintig schroevensleutels, zoo groote als kleine

Vier sloopnagels

Een snij-ijzer voor assen met toebehoren

Zes groote en twee kleine snij-ijzers en vringijzers

 

De Wateringse Smeden.

1578 Jacob Jasperszoon

1600 Jan Jacobszoon

1612 Cornelis Corneliszoon

1629 Arije Jasperszoon van der Smede

1665 Maerten Arentse van der Smede

1691 Joris Oomen

1734 Jan Jorisse Oomen

1766 Joris Jansse Oomen

1798 Johannes Kuyper

1835 Johannes Lipman

1873 Arie Bartholomeus Lipman

1914 Adrianus Arnoldus (Ai) Lipman

1921 Johannes Lipman

 

1 -1- 1937 Nieuwe smederij

1959 Arnoldus Adrianus Lipman

1973 Opheffing van de smederij

 

De jaartallen voor de namen van de smeden van vóór 1800

geven het jaar aan waarin zij voor het eerst genoemd worden.

Door het ontbreken van enkele jaarrekeningen is het jaar

van het optreden van de nieuwe smid niet zeker.

 

Johannes Lipman geb. Warmond 16- 8-1798 smid te Wateringen

. ov. Wateringen 17- 5-1873

huwt

Maria van der Lely geb. Rijswijk 14- 4-1807

ov. Wateringen 3-10-1882

kinderen :

Cornelis geb. Wateringen 27-12- 1838

ov. Katwijk 2- 9- 1884

Arie Bartholomeüs geb. Wateringen 10- 8- 1840

ov. Wateringen 2-11-1914

Adrianus Johannes geb. Wateringen 14-11-1841

ov. Wateringen 7- 4-1865

huwt

Alida Zandbergen geb 1842 ov. 8- 8-1982

Leonardus geb. Wateringen 11-11-1844

ov.

Maria Adriana geb. Wateringen. 1847

- o - o - o - o - o - o

II

 

Arie Bartholomeus Lipman geb. Wateringen 10- 8-1840 smid te Wateringen

ov. Wateringen 2-11-1914

huwt

Maria Ammerlaan geb.

ov. Wateringen 7- 8-1901

 

dr van Petrus Ammerlaan geb. 1795 ov. 26- 8-1855

en Cath.a. Waardeloo geb. 1809 ov. 16- 2-1889

kinderen

 

Johannes Petrus geb Wateringen 11-10-1874 ov. 18- 4-1942 (Smid te Voorburg)

~Corn.a. Philomina Verlaan geb. 28- 1-1881 ov. 18- 4-1942

 

Catharina Maria geb. Wateringen 8- 3-1876 ov. 18- 3-1891

 

Adrianus Arnoldus geb. Wateringen 7-11-1877 ov. 18- 7-1947 .

 

Johanna Alida geb. Wateringen 13-10-1879 ov. 22- 8-1927

 

Petrus Johannes geb. Wateringen 19- 2-1882 ov. 1- 5-1885

 

Maria Anna geb. Wateringen 16- 2-1884 ov. 19- 2-1884

 

Maria Anna geb. Wateringen 10- 8-1885 ov. 23- 2-1886

 

Petrus Henricus geb. Wateringen 19- 9-1887 ov. 1974

(Vios Wateringen)

 

Leonardus Joh.s geb Wateringen 7- 2-1890 ov. 8- 4-1951 (Bakker te Leidsendam)

~ Helena Luiten

Johannes Adrianus geb. Wateringen 10- 2-1892 ov . 13- 7-1974 (Smid te Wateringen)

~ Antonia v.d.Helm 6- 4-1898 ov. 19- 5-1983

Henticus Johannes geb. Wateringen 23- 4-1893 ov. 23-10-1960 (Bakker: Oranjeplein Den Haag)

~Theodora Mulder geb. 1890 ov. 8-12-1974

III

Petrus Henricus Lipman geb. Wateringen 19- 9- 1887 busondernemer te Wateringen

ov. Wateringen 30-12- 1973

huwt

Elisabeth Maria Jansen geb. Rijswijk 11- 3-1894

ov. Wateringen 31- 7-1984

kinderen

Maria Cornelia geb. Wateringen 31-10-1917 ov. >s-Hage 12-12-1976

Petronella Joh. Maria geb. Wateringen 18- 5-1919 ov L=dam 7- 3- 1994

Adrianus Adr.us, Arn.geb. Wateringen 31-12-1920 ov Dord. 4- 5- 1990.

Franciscus Nicolaas geb. Wateringen 17- 6-1922 ov. Wat. 14- 1-1924

Joh.a Helena Maria geb. Wateringen 8- 9-1924

Franciscus Nicolaas geb. Wateringen 31- 3-1926 ov. Wat. 18- 5-1928

Joh.s Jan Jacobus geb. Wateringen 24-11-1927 ov >s-Hage 14- 8-1990

Franciscus Nicolaas geb. Wateringen 25- 7-1929

Helena Lena Maris geb. Wateringen 28- 4-1932

Hendrica Joh. Maria geb. Wateringen 12-12-1934

IV

Johannes Adrianus Lipman geb. Wateringen 10- 2- 1892 smid te Wateringen

ov. Wateringen 13- 7- 1974

huwt

Anthonia Theodora vd Helm geb. 6 - 4- 1898

ov. Wateringen 19- 5- 1983

kinderen

Adrianus Johannes geb. Wateringen 13- 8- 1922 ov. 10- 9-1990

Maria Johanna geb. Wateringen 6-10-1923

Johannes Adrianus geb. Wateringen 19- 7-1925

Maria Helena. geb. Wateringen 22 -6-1927

Johanna Elisabeth geb. Wateringen 23-10-1928 ov. 27- 7-1996

Arnoldus,Adr.,Joh . geb Wateringen 10- 8-1930

Gerardus Leonardus geb. Wateringen 8- 3-1933

Dorothea, Hendrica geb. Wateringen 28- 8-1935

Petrus, Engelbertus geb. Wateringen 16- 3-1938 ov. 13- 6-1939

Adriana, Anth., Maria geb. Wateringen 6- 4-1940