EEN EEUW ZONDAGSSCHOOLWERK TE WATERINGEN
door F. C. Groen
Het begon in een werkplaats
De Zondagsschool "Samuël" is eigenlijk buiten de kerk ontstaan : in een schuur aan de Schoollaan. Oprichter was Cornelis de Zoete die aannemer- metselaar van beroep was. Wel was De Zoete nauw bij de kerk betrokken : meerdere malen was hij ouderling van de kerk geweest.
In het jaar 1890 kwamen de kinderen voor het eerst samen in de werkplaats van De Zoete aan de Schoollaan. Van deze laan en de huizen is nu niets meer over. Bij de realisatie van Bouwplan-Zuid I werden al deze huizen afgebroken. Op de plaats waar eens de schuur van De Zoete stond, is nu het speelweitje aan het Liesveld.
Cornelis de Zoete die zonder hulp van anderen dit werk in alle eenvoudigheid begonnen was, werd later geholpen door twee van zijn zoons. Toen de Zondagsschool in Waterimgen aansloeg en de werkplaats te klein werd, kreeg De Zoete toestemming om de consistoriekamer van de kerk - thans de Voorzaal - voor dit doel te gebruiken.
Van die eerste tijd is weinig bekend. Wel weten we dat de zondagsschool op de middag werd gehouden. Naar verluidt gingen de kinderen graag naar deze school om er te zingen en naar de Bijbelverhalen te luisteren. Er was in die tijd nog geen Christelijke school in Wateringen.
Alles ging goed en naar wens tot de komst van de nieuwe predikant Ds. Bakker.(1899-1900).
Moeilijkheden
De nieuwe predikant dacht over vele dingen anders dan zijn gemeenteleden.Hij behoorde tot de uiterst rechtse richting van de Nede.Herv.Kerk. Hoewel men de kerkeraad verteld had, dat de dominee in zijn gemeente Wijngaarden geen gezangen liet zingen, had men toch een beroep op hem uitgebracht.
Eenmaal in Wateringen lag hij dan ook weldra overhoop met zijn "parochianen". Hij noemde zijn gemeenteleden "sabbathschenders en vloekers die vervreemd waren van de ware kennis". Zo weigerde hij op een bepaald moment het Heilig Avondmaal met zijn gemeente te houden.
Ook Cornelis de Zoete werd door de dominee te licht bevonden. Daarom vond de predikant en zijn kerkeraad die toen slechts uit vier leden bestond, De Zoete voor dit werk niet geschikt en werd hem verzocht als leider van de zondagsschool terug te treden. Dit werd aanvankelijk door hem geweigerd. Hij zeide, dat hij deze zaak in handen van de classis zou geven.
Daarop werd hem medegedeeld, dat de consistoriekamer niet meer beschikbaar was voor zijn zondagsschool.
Een nieuwe zondagsschool
Tegelijkertijd richtte de kerkeraad - het was april 1899 - een nieuwe zondagsschool op. Deze kwam onder leiding van mej. K.A.Bakker, waarschijnlijk een zuster van de predikant, te staan.
Lang hebben de kinderen van haar onderwijs niet genoten, Reeds op 21 oktober 1900 nam ds. Bakker afscheid van Wateringen en vertrok naar Poortvliet na een ambtsperiode van nog geen twee jaar. Mej. Bakker verhuisde mee naar Portvliet en de zondagsschool zat zonder leiding.
Waarom De Zoete niet als zondagsschoolmeester terug gekomen is, vertelt de historie niet. Waarschijnlijk heeft daarbij zijn leeftijd een rol gespeeld.
In rustiger water
Als Da, Bakker vertrekt, wordt de echtgenote van zijn opvolger, mevr. Gijsman, in 1901 de nieuwe leidster. Zij werd vanaf 1907 bijgestaan door mej. Mie Stokdijk, die tot aan de Tweed Wereldoorlog daadwerkelijk , en tot aan haar dood in 1968 vanuit de verte als penningmeesteresse de zondagsschool trouw zou blijven. Ook mej. Gutteling, Hoofd der Chr. Kleuterschool, sloot zich in deze tijd bij dit duo aan.
Ds. Gijsman, die zelf geen kinderen had, voelde erg veel voor het zondagsschoolwerk. Hij was muzikaal een begaafd man en een kundig organist. Vooral de kerstfeesten die gehouden werden op de Tweede Kerstdag vormden in die dagen hoogtepunten, niet alleen voor de kinderen, maar ook voor de gehele gemeente. Vrijwel alle gemeenteleden vierden dit feest met de kinderen mee.
Wat was op dit kerstfeest zoal te zien en te horen?
Allereerst de grote kerstboom met heuse kaarslichtjes die voor de preekstoel stond. De boom was geplaatst op een plankier dat over de kerkeraadsbanken, het zogenaamde hekje, was gelegd. Voor het hekje lagen uitgestald op tafels, de boekjes en geschenken. De laatste in de vorm van speelgoed. Al dit moois werd aan het einde van het feest aan de kinderen uitgedeeld. En dat in een tijd, waarin speelgoed voor bijna alle Wateringse kinderen een zeer schaars artikel was.
De hete chocolademelk, geschonken in de zelf meegebrachte kopjes, tussen de bedrijven door.
En dan de kaarsen in de boom die pas aangestoken werden door middel van een brandende kaars - bevestigd aan het uiteinde van een lange stok - als het kerstevangelie was verteld.
Ook het orgelspel van Ds. Gijsman, die voor deze gebeurtenis de plaats van de organist had ingenomen, maakte van dit samenzijn een waar feest.
Er kwam heel wat voor kijken, eer het zover was. Op Tweede Kersdag werd namelijk 's morgens gewoon kerk gehouden. Direkt na deze morgendienst kwam de leiding en de koster zijn gehele familie in touw om alles in gereedheid te brengen : het plankier, de immens grote boom, het versieren ervan enz., enz. men was nauwelijks klaar , als de kerkdeuren om vier uur open gingen om de kleine en grote kerkgangers te ontvangen.
Het werk in vroeger jaren
Hoe ging het er op die gewone zondagmiddagen aan teo? Allereesrt kwamen de kinderen samen in de consistoriekamer . Daar wer gezamenlijk begonnen en onder leiding van mevr. Gijsman de "zondagsschoolliedjes" gezongen.
Daarna bleven de oudste kinderen in de consistoriekamer, terwijl de overigen in de kerk een plaatsje vonden.
De kleinsten achter in de kerk onder het orgel, welke ruimte door een schut en gordijnen van het kerkschip was afgescheiden. De middelste klas kreeg een plaatsje in de zuiderbeuk van de kerk. De kerk bezat vóór de verbouw van 1936 twee zijbeuken die niet voor de kerkdiensten gebruikt werden en ook door schutten van het kerkschip waren afgescheiden. In de zuiderbeuk ook stonden de lange banken zonder leuning die gebruik werden o.a. voor het avondmaal. Deze banken waren door de grote jongens, van te voren, voor de kinderen die in de kerk hun klas hadden klaar gezet.
Eenmaal in hun klas moesten de kinderen het te leren psalm- of gezangversje opzeggen, later volgens een rooster van de Ned. Zondagsschoolvereniging. Wanneer de kinderen het goed geleerd hadden, kregen zij een tekstje. Deze tekstjes konden zij sparen voor bijbelse platen en een album om deze in te plkakken. Zeer bekend zijn de plaatjes van Leinweber , waarvan heel wat albums in Wateringen zijn volgespaard. Na de overhoorbeurten werd het bijbelverhaal verteld.
Volgens dit stramien heeft men jaren ge- werkt. Pas in de zestiger jaren kwam het thuis laten leren van een versje en het overhoren ervan te vervallen.
Moeder en dochter Verhagen
Na het vertrek van Ds. Gijsman naar Oostkapelle werd in 1923 als leidster aangezocht Riek Verhagen, dochter van de nieuwe predikant Ds. B.C.Verhagen. Inmiddels was er, dank zij de zorgen van de Zangvereniging een harmonium aangeschaft. Mej. Verhagen die de kunt van het orgelspelen machtig was , begeleidde de kinderzang op dit harmonium in het eerste deel van het zondagsschooluur.
Als de aandacht wat verslapte dwaalden de oogjes als vanzelf
naar de oude bijbelse wandplaten aan de muren met de eenvoudige tekeningen van de tabernakel, de hogepriester in vol ornaat en de plaat met de voorwerpen die zich in de tabernakel bevonden. Of naar de twee boekenkasten , waarin de uitleenbibliotheek van de Jongelingsvereniging zich bevond. Op de ene kast stond in Gotische let-ters : "Wees een Zegen". Op de andere : "Verstaat gij ook, hetgeen gij leest?"
In 1931 was het feest voor de kinderen . Juffrouw Verhagen trad in het huwelijk . Na de kerkdienst werd er, op het toen nog zo intieme dorpsplein, met bruidsuikers gestrooid.
Jammer was het, dat het tevens haar afscheid van de zondagsschool was : ze vertrok als mevrouw Gerretsen naar Katwijk, waar haar man werkzaam was.
Gelukkig was haar moeder bereid de opengevallen plaats in te nemen. In deze tijd werd het leidstersteam gevormd door : Mevr. Verhagen, Mie Stokdijk en Jaantje Steenks. Toen deze laatste met dhr. Arend Gerrits en trouwde, verliet ook zij de zondagsschool en werd opgevolgd door een andere Jaantje, namelijk Jaantje van Reeuwijk.
Door de onverwachte dood van de in Wateringen zo geliefde Ds. Verhagen en na het vertrek van Mevr. Verhagen naar Wassenaar, zat men op de zondagsschool erg onthand.
Toen men voorshands geen opvolger voor Mevr. Verhagen vond,was het dhr. Ouwendijk, Hoofd der Chr. School, die aanbood tijdelijk de leiding op zich te nemen.
Het duo Meyburg-Gerritsen
De kerkeraad onder leiding van de jonge en aktieve predikant Ds. H.J.Groenewegen zocht echter naar een definitieve oplossind. Zij vond de heren L.M.Meyburg en A. Gerritsen bereid de zondagsschool te gaan leiden, Het bleek een goede beslissing van de kerkeraad te zijn. Vele, vele jaren hebben beiden hun beste krachten aan de zondagsschool gegeven. Zij leidden de zondagsschool op bijkans professionele wijze. Voor beiden was het een hele opgave , zo kort na kerktijd weer in de kerk terug te zijn . Al gedurende jaren werd er zondagsschool gehouden na de morgenkerkdienst, van 12 tot 1 uur.
Trouwens, voor de kinderen was het ook een lange morgen, velen van hen hadden met hun ouders de kerkdienst bijgewoond en hadden nauwelijks de tijd om in de tussentijd even naar huis te gaan.
In 1936 kreeg men betere ruimten in de kerk. Bij de verbouw van de kerk in dat jaar, kwamen er twee ruimten bij, zodat er toen in alle rust in vier klassen gewerkt kon worden, zonder van elkaar last te hebben.
Ook in de donkere oorlogsjaren bleef de zondagsschool haar werk doen. Nog altijd slaagde men er in met na de Kerstfeestviering de kinderen een boek en wat versnaperingen mee te geven. Het geven van geschenkjes in de vorm van speelgoed was al jaren eerder afgeschaft.
Zingen bij de bejaarden
Nieuw was, dat een groepje kinderen met een leider of leidster tijden de kerstdagen bij de aan huis gebonden bejaarden een bakje met fruit en een scheurkalender aanbood. Daarbij werden door de kinderen enkele kerstliederen gezongen en enige gedichten en bijbelteksten opgezegd.
Ook nu nog wordt deze attentie , maar niet meer door de kinderen, aan de oudere gemeenteleden gebracht. Voor de bewoners van het Bejaardencentrum "De Ark" wordt dan een kerstspel opgevoerd.
Morgen- en middagklassen
Na de oorlog bereikte de zondagsschool haar hoogtepunt, wat het aantal leerlingen betreft. In 1950 bedroeg dit aantal bijna 200, zodat men de kinderen niet meer bergen kon.
Men besloot nu acht klassen te vormen : vier klassendie 's morgens en vier klassen die 's middags samen kwamen. Dit was voor de leiding een zware belasting. Toch heeft deze situatie nog tien jaar geduurd.
In het jaar 1961 was het aantal leerlingen zodanig gedaald, dat men er toe overging met vier klassen alleen weer op de morgen samen te komen.
Steun voor de leiding
Een grote steun bij het zondagsschoolwerk was het maandblad "Kind en Zondag", een uitgave van de Ned. Zondagsschoolvereniging.
In dat blad werd voor elke zondag een bijbelverhaal aangereikt en de leiding van alle mogeljke informatie voorzien.
De heer Gerritsen zorgde voor de aanwas van nieuw leiding. Wekelijks werdden er door hem zgn. bijbelcursussen gegeven. Ook weer aan de hand van materiaal van de N.Z.V. Daar werden de bijbelverhalen, de manier van vertellen en alles wat nodig was om goed leiding te geven besproken en uitgelegd.
De heer Meyburg had een groot aandeel in de oprichting van de Ring van Westlandse Zondagsscholen in 1946. Zelf was hij daarvan jarenlang voorzitter. De Ring vergadert enige malen per jaar, waarbij deskundigen voorlichting geven over het werken met de kinderen en praktische aanwijzingen geven bij een creatieve verwerking van het vertelde bijbelverhaal.
Kind en kerkdienst
In 1964, nog tijdens het pastoraat van Ds. Kamstra (1954-1965) werd er door de kerkeraad een begin gemaakt met het houden van kerkdiensten, waarbij de kinderen meer betrokken werden. De leerlingen van de zondagsschool zongen dan enkele van hun liederen. In deze tijd zong in de doopdiensten een koortje, samengesteld uit de oudere leerlingen van de zondagsschool onder leiding van dhr. Gerritsen. Dit koortje wer begeleid door de organiste van de zondagsschool Teuna van Gog. Later werden deze werkzaamheden verricht door de heren Groen senior en junior.
Geen overhoren meer
Belangrijk ook was de beslissing die men in deze tijd nam, om de kinderen thuis geen versjes meer te laten leren. Zo verviel ook het tijdrovende overhoren. Nu ging men er toe over te gaan werken met de jaarboekjes, uitgegeven door de N.Z.V. Er waren drie edities, naar gelang van de leeftijd van de kinderen. Voor elke week was er een kleurplaat, raadsel of puzzel of waren er vragen. Dit alles had betrekking op het zojuist vertelde verhaal. Door deze aktiviteiten werden de kinderen meer bij de behandelde geschiedenis betrokken.
Afscheid van Meyburg en Gerritsen
In 1959 nam dhr. Meyburg om gezondheidsredenen afscheid van de zondagsschool. Bijna 25 jaar had hij de zondagsschool gediend. Voor zijn vriend Gerritsen kwam het definitieve afscheid in 1966. Om dezelfde reden meende hij het hem zo geliefde werk te moeten loslaten. Aanvankelik verliet hij de zondagsschool in 1960. In zijn plaats benoemde de kerkeraad dhr. De Wilde uit Den Haag. Maar toen deze wegens drukke werkzaamheden al na een jaar bedankte, werd er in 1961 weer een beroep gedaan op de oud-voorzitter Gerritsen. Tot 1966 heeft hij de zondagsschool nog geleid. Bij elkaar een periode van 30 jaar!
Beiden, zowel Meyburg als Gerritsen hadden na het vertrek van Mevr. Verhagen in 1934 zich spontaan beschikbaar gesteld. De zondagsschool heeft veel aan hen te danken. Hun arbeid strekte zich uit over vele jaren, waarbij zij op een uitnemende wijze de zondagsschool hebben geleid.
Dat deze arbeid dhr. Gerritsen na aan het hart lag, bleek bij zijn overlijden in 1985, toe de zondagsschool een aanzienlijk bedrag uit zijn nalatenschap mocht ontvangen.
Als opvolger van dhr. gerritsen werd benoemd Dick van der Gaag. Reeds gedurende tien jaar was hij aan de zondagsschool verbonden. Ook bij hem was de school in goede handen. Jammer was het, dat hij na enkele jaren reeds door vertrek uit de gemeente dit werk moest opgeven.
Nevendienst op afstand
In 1969 werd dhr. F.C. Groen als voorzitter benoemd. De kinderen kenden hem al min of meer, daar hij na het vertrek van dhr. Gerritsen de leiding van het "doopkoortje" had. De leiding van dit koortje had hij op zich genoemen, mede op verzoek van zijn zoon Frans , die na vertrek van Teuna van Gog in 1968 organist van de zondagsschool was geworden.
Tijdens zijn voorzittersschap kwam de zondagsschool voor een grote verandering te staan. Door het gewijzigde levenspatroon van de meeste kerkgangers, daalde het aantal leerlingen tot een verontrustend minimum.
In vroeger jaren bleef vrijwel elk gezin 's zondags op het dorp. Nu echter gingen velen na kerktijd elders op visite of trokken er in de zomer er de gehele dag op uit. In andere plaatsen paste men zich aan, door over te gaan tot het houden van nevendiensten. In Wateringen was dit echter niet mogelijk, het ontbrak de kerk aan de nodige nevenruimten.
In nauwe samenwerking met de kerkeraad en Ds. Abelsma werd ijverig naar een andere oplossing gezocht. Die werd gevonden door het houden van zondagsschool in "De Wingerd", het verenigingsgebouw aan de Kerklaan. Dit zondagsschooluur werd gehouden tijdens de morgenkerkdienst. Een nevendienst "op afstand" dus.
Om het verband met de kerk niet te verliezen, werd er afgesproken, dat bij de "doopdiensten" alle klassen van de zondagsschool in de kerk zouden zijn en hum medewerking zouden geven door het zingen van enkele liederen. ook zou er enige keren per jaar een gezinsdienst worden gehouden , waarin ook de leiding van de zondagsschool een werkzaam aandeel zou hebben. Bovendien zou er elke week een stukje in de zondagsbode geplaatst worden, waarin o.a. medegedeeld werd welk verhaal er aan de orde was en wie er aan de beurt was voor de leiding van een klas.
Besloten werd dat, indien dit mogelijk was, elke leider of leidster slechts eenmaal in de maand dienst zou hebben. Daar er vier klassen waren, was uitbreiding van de leiding noodzakelijk. Daartoe verscheen er een oproep in de zondagsbode, waarop verschillende personen zich aanmeldden.
Een gelukkige omstandigheid was het, dat daaronder verschillende moeders waren, die de leiding van een klas op zich wilden nemen. Zij hadden ervaring om met een groep kinderen om te gaan , omdat zij als "leesmoeder" op de Pieter van der Plasschool werkten. Daar ook hadden zij met elkaar over de oproep in de zondagsbode gesproken en het besluit genomen zich als leidster te melden.
Deze moeders waren wat meer hokvast dan de meeste jongere meisjes die tot nog toe aan de school waren verbonden. Immers zodra zij "verkering" kregen. of in het huwelijksbootje stapten, zegden zij de school vaarwel . Dat gaf erg veel wisselingen in het leidersteam te zien.
Het experiment met het samenkomen in de "Wingerd" slaagde wonderwel : binnen zeer korte tijd was het leerlingenaantal weer op peil.
Jammer was het, dat we nu de laatste leerlingetjes van gereformeerden huize moesten missen. Door de jaren heen, hadden steeds enigen van hen de zondagsschool bezocht.
De laatste jaren
In 1982 verliet dhr. Groen Sr. de zondagsschool. Maar echt onthand kwam men nu niet meer door zijn vertrek. Er waren nu meerderen die het roer konden overnemen. Uit hun midden koos de leiding als voorzitter Mevr. Tanis. Zij had al enkele jaren als leidster dienst gedaan. De kerkeraad die het benoemingsrecht van de voorzitter bezit, volgde ook nu weer de keuze van de leiding. Sinds het vertrek van Mevr. Verhagen in 1934 is het weer een vrouw die het team van de zondagsschool leidt.
Nog steeds wordt dezelfde blijde boodschap aan de kinderen doorgegeven. Het gaat er echter niet meer zo toe als voorheen. Toen ging het alle voor het kind wat passiever , het kind stil zittend op de lange banken zonder leuning, in later jaren op een stoel.
Thans worden ze meer daadwerkelijk bij de vertelling betrokken door middel van kringgesprekken, creatieve verwerking e.d.
Ook het liederenrepertoire onderging verandering. Er verschenen nieuwe zangbundels met bijbelliederen voor de kinderen. Vooral de bundels van Hanne Lam en Wim ter Burg nodigden beidee, het kind en de leiding van zelf uit tot zingen. Deze bundels hebben er veel toe bijgedragen aan een meer verantwoorde keus van het kinderlied.
Verheugend is het, dat er steeds meer mensen gevonden worden, die dit moeilijke, maar ook vreugdegevende werk op zich willen nemen. Het geeft voldoening : men mag medewerken aan de godsdienstige opvoeding van het kind. Bovendien geeft de omgang met de kinderen en de studie van de bijbelse stof een verrijking van hun eigen leven.
Dit artikel verscheen als serie in de Westlandse Zondagsbode (1990) t.g.v. het 100-jarig bestaan der Zondagsschool.





