PASTORAAL WERKER AVANT LA LETTRE.
door F.C.Groen
Het bombardement in het Bezuidenhout
Elk jaar, wanneer bij de dodenherdenking het bombardement van het Bezuidenhout ter sprake of in beeld wordt gebracht, gaan mijn gedachten altijd weer terug naar die eenzame figuur in dat huis in die Haagse woonwijk herfst 1944. Enkele maanden later zou hij omkomen ten gevolge van die noodlottige geallieerde aanval, waarbij een groot deel van de woonwijk Bezuidenhout verwoest zou worden en meer dan 500 mensen het leven zouden laten.
Dat bombardement was een tragische vergissing! De bedoeling van de luchtaanval was, om de Duitse basis met de gevaarlijke V-2 raketten die zich in het Haagse bos bevond, te vernietigen. De bommen kwamen echter niet op die plaats terecht. Door een foute berekening van de luchtmachtstaf werd op die 3e maart 1945 de bewuste woonwijk getroffen. Onder de vele, vele slachtoffers bevond zich ook onze dorpsgenoot dhr. Terlaak.
Evacuatie van oudere Wateringers
Hoe kwam deze zo in Den Haag terecht? Dat kwam door de maatregelen van de bezetter. De Duitsers namelijk verwachtten vanuit zee een invasie van hun tegenstanders en bouwden langs de kust hun "Atlantik-Wall", een lange rij van bunkers en tankgrachten. Daarbij werden talloze huizen afgebroken en de bewoners gedwongen te evacueren naar de omliggende plaatsen. Om voor deze evacué's plaats te maken, moesten de ouderen - dus zij die niet door hun werk aan hun plaats gebonden waren - naar elders vertrekken.
Zo moesten ook de bewoners van het voorname huis aan het Dorpsplein voor de gedupeerden van de Atlantik-Wall wijken. Dit huis aan het Plein was het vroegere woonhuis van de bekende Westlandse tuinbouwpionier Harry Hoek. Thans is daar het makelaarskantoor Van der Ende gevestigd.
In de dertiger jaren werd het huis bewoond door de zoon van Harry Hoek, Dorus Hoek, en George Terlaak. Beiden waren ongehuwd. Een even statige mevrouw, toen nog juffrouw geheten, bestuurde de huishouding.
Dorus kon men dagelijks vinden in zijn kantoor vlak achter de ingang van de oude Vios-garage. Hij was daar kassier en nam de opbrengst van de dagritten van de terugkerende buschauffeurs in ontvangst. Hij was een geliefd persoon bij de Wateringse jeugd, die hem om de afgescheurde en kleurrijke bonboekjes van de chauffeurs bedelden.
Terlaak als veldstudent
Dhr. Terlaak had geen bezigheden. Hij was afkomstig uit een zeer gegoede Haagse familie, die voor hem zorgde.
In het jaar 1896 was hij, als 16-jarige jongen, naar Wateringen gekomen, kennelijk om het tuindersvak te leren. Met zijn studie op de middelbare school was het niet zo goed gegaan en daarom hadden zijn ouders voor hem aan een loopbaan in de tuinbouw gedacht.
Het gebeurde in die tijd wel meer, dat dergelijke jongelui als "veldstudent" naar het Westland kwamen, om bij een ervaren tuinder het vak te leren met het doel later, financieel geholpen door zijn familie, een eigen tuinbouwbedrijf te beginnen. Soms groeide er uit zo'n veldstudent een goede tuinder, maar dikwijls ook draaide zo'n onderneming op een fiasco uit.
Voor Terlaak was echter geen loopbaan als tuinder weggelegd. Hij had het zelfs niet eens tot een eigen bedrijf gebracht. Om het vak te leren, hadden zijn ouders voor hem een goed bedrijf gevonden. Bij Willem Knoppert, die aan het Plein achter in het "Slop van Doornbos" woonde. Hij had een omvangrijk tuinbouwbedrijf, gelegen tussen de Kerklaan en het land van de Hofboerderij. Een paar flinke handen kon hij best wel gebruiken. Knoppert was een ervaren tuinder en bij hem viel wel wat te leren.
Vader Terlaak slaagde er ook in een goed tehuis voor zoon George te vinden. Bij de zoon van de vroegere Wateringse burgemeester : Harry Hoek, die de 16-jarige jongen als een zoon in zijn huis opnam. De familie Hoek was in het vroegere Wateringen een zeer geziene en belangrijke familie.
Zo stapte onze George een voor hem nieuwe wereld binnen.
Hij was niet zo kerks opgevoed. Maar in Wateringen was het kerkgaan er wel bij. Iedereen, rooms of protestant, ging toen nog op Zondag naar de kerk, dus ook hij. De familie Hoek die katholiek was, naar de St. Jan de Doperkerk in de Herenstraat, de jonge George naar de Hervormde kerk aan het Plein.
Geen tuinbouwambities
Al gauw bleek, dat de jongeman voor het tuindersvak twee linkerhanden had. Het ging niet met hem in de tuin. Hij had het al gauw bekeken en zijn lust om in de tuin te werken werd gaandeweg minder. Zo werd hij eens door zijn baas de bessenhoek ingestuurd om aalbessen te gaan plukken. George vond het een saai en vervelend werk. Hij zei tegen zijn baas : Die ze heeft laten groeien, moet ze ook maar plukken. Het waren woorden die eigenlijk in een onbedachtzaam ogenblik door een kwajongen waren gezegd. Maar woorden waarvan men in dat stille en rustieke dorp geen weet van had. Weldra kende heel Wateringen deze uitdrukking van die Haagse knaap.
Toch is het met onze George nog goed gekomen. Aanvankelijk bezocht hij de kerk naar gewoonte, maar later werd het hem een behoefte. Op Palmzondag van het jaar 1900 werd hij dan ook als lidmaat in de Hervormde kerk aan het Plein bevestigd.
Tenslotte gaven Knoppert en de ouders de pogingen om van de veldstudent een tuinder te maken op. Er werd ook geen poging ondernomen om hem voor een ander beroep geschikt te maken. Hij bleef, zonder werk om handen te hebben, bij de familie Hoek wonen. Om geld behoefde hij zich niet te bekommeren, dit alles werd eerst door zijn ouders en later, na hun overlijden, door zijn broer geregeld.
Pastoraal werker "avant la lettre"
Eenmaal wat ouder en volwassener geworden, stelde hij zijn tijd in dienst van kerk en vereniging. Mede door zijn omgang met de Wateringers en zijn Zondagse kerkgang, onderging hij een verandering. De Christus die voor hem vroeger louter historie was, werd nu voor hem een levende werkelijkheid. Zo kon de Wateringse gemeenschap van zijn gaven profijt trekken. Want gaven bezat hij, al werden deze door zijn geloofsgenoten niet altijd herkend. In veel opzichten was hij anders dan anderen. In sommige dingen eigenlijk een groot kind. Maar wil de Heer niet van ons, dat wij, wat het geloof betreft, worden als de kinderen ?
Hij had de gave van het woord. Zo werd hij een belangrijke schakel in het verenigingswerk : Ds. Gijsman richtte met hem in 1901 de jongelingsvereniging op. Vanaf het begin tot 1935 was hij haar secretaris. Er werd ook een jongensclub - toen nog knapenvereniging geheten - opgericht, waarvan hij tot aan zijn vertrek naar Den Haag de leider en de voorzitter was. Dagelijks was hij op pad om bezoeken af te leggen, niet alleen bij de leden van zijn verenigingen, maar ook bij hun ouders. Een ieder kende Terlaak, zoals men hem met grote stappen en met breed uitzwaaiende beweging van zijn wandelstok, door het dorp zag lopen. Hij legde alle afstanden te voet af. Daarbij ging hij nogal deftig gekleed. Een stijve boord met vooruitstekende punten : een vadermoorder. Stijve, losse manchetten, die dikwijls onder het gesprek buiten de mouwen van zijn colbert uitkropen en dan met een enkele beweging van zijn vingers weer op hun plaats getikt werden. De kring van de te bezoeken personen breidde zich hoe langer hoe meer uit. Hij was een trouw huisbezoeker! Een pastoraal werker van het eerste uur! In die tijd was het nog niet de gewoonte, dat de ouderlingen huisbezoek deden. Vandaar ook, dat zijn werk door de helaas zo vroeg gestorven predikant Ds. Verhagen ten zeerste gewaardeerd werd.
Zijn bemoeienis met het jeugdwerk.
In het jaar 1906 werd in de kerk naast de gebruikelijke kollekten voor kerk en diakonie een derde kollekte ingesteld. De opbrengst ervan was bestemd voor de toen noodlijdende diakonale kleuterschool : het "derde zakje". Dhr. Terlaak werd gevraagd met dit derde zakje in de kerk te collecteren. Het bezorgde hem een plaats in de ouderlingenbank, het zgn. hekje. In die tijd werd deze zetel toch wel als een ereplaats gezien. Van 1906 tot het jaar 1935, bijna 30 jaar dus, heeft hij zich nauwgezet van deze taak gekweten. In 1935 namelijk, werd op initiatief van Ds. Groenewegen, die de jeugd meer bij het kerkewerk betrekken wilde, het College van Collectanten opgericht. Dit college nam toen deze taak van kerkvoogden, diakenen en dhr. Terlaak over.
Een andere belangrijke bezigheid van de dhr. Terlaak was het secretarisschap van de Jongelingsvereniging. Tientallen notulen boeken heeft hij volgeschreven. Het is jammer dat al deze boeken - en dat waren er vele - en ook van de Knapenvereniging verloren zijn gegaan. In 1955 kreeg de kerk een eigen jeugdgebouw. De jeugdverenigingen verhuisden met al hun hebben en houwen van de Voorzaal der kerk naar De Wingerd. Daar ook werden de notulenboeken - een twintigtal -opgeslagen. Waarschijnlijk heeft een al te ijverige verzamelaar van oud-papier deze met de oude kranten verkocht.
EEN VROEGE PASTORALE WERKER (7)
Jaar in en jaar uit schreef Terlaak namelijk - in een moeilijk te lezen handschrift - de wekelijkse verslagen van de vergaderingen van de Jongelingsvereniging. Daarin werden de bijbelinleidingen van voor de pauze en de onderwerpen van na de pauze door hem uitgebreid - bijna woordelijk - opgeschreven. Feitelijk kregen de leden op de volgende vergadering bij het voorlezen van de notulen vooreen tweede maal de bijbelinleidingen en de lezingen te horen. Elk jaar had Terlaak daarom ook voor zijn verslagen een nieuw notulenboek nodig. Omstreeks het jaar 1935 kwam er een einde aan zijn secretarisschap. Zijn pen werd toen overgenomen door Arie van der Lely. Na dien trok hij zich uit de kring van de jongelingsvereniging terug en liet deze verder aan de jongelui zelf over.
Maar het werk voor de jongensclub hield zijn warme belangstelling. Elke week zorgde hij voor een goed bijbelverhaal, waaraan hij bij de voorbereiding er van, alle aandacht besteedde. Tot aan zijn vertrek uit Wateringen, in 1944, heeft hij de jongensclub geleid. Daarbij werd hij weleens geholpen door medeleiders. In het begin der dertiger jaren waren dat Piet van Dop samen met Arend Schuring, later door Wim Beekenkamp. Omstreeks 1939 verzocht dhr. Terlaak de nog jonge kweekschoolleerling Frans Groen hem te helpen bij het leiden van de jongensclub. Het alleen er voor te staan, begon hem toch wat moeilijker te vallen.
Afscheid van Wateringen
In die eerste oorlogsjaren ging alles nog zijn normale gang. Maar toen kwam de evacuatie van de kuststrook. Aan het einde van het jaar 1942 moesten Dorus Hoek en George Terlaak het huis aan het Plein verlaten. In hun huis kwamen evacué's uit 's Gravenzande : de families De Bruin, De Zeeuw en Van der Zwaan. Dorus Hoek verhuisde naar Rijswijk, naar huize Westhof, waar hij kort na de bevrijding overleed. Terlaak vond aanvankelijk nog een onderkomen bij de familie Houtman aan de Ambachtsweg. Maar ook voor hem kwam de dag van afscheid, de dag dat hij Wateringen verlaten moest.De 8e Juni 1944 verhuisde hij naar een pension in Den Haag. Hij had namelijk wat meer verzorging nodig, verzorging die mevrouw Houtman hem niet geven kon.
Door de oorlogsomstandigheden heeft men van zijn afscheid uit Wateringen geen werk gemaakt. Wellicht dacht men, de oorlog is nu gauw voorbij - Duitsland verloor namelijk op alle fronten - en spoedig zal hij wel weer terug zijn. Alleen zijn eigen jongens hebben tijdens een clubavond afscheid van hem genomen.
Op die avond wilden zij hem een bijbel van groter formaat geven. Zelf gebruikte Terlaak een andere, dan de toen gebruikelijke Statenvertaling : de Leidse vertaling van Prof. Obbink. Die Leidse vertaling vonden de jongens heel bijzonder. Zij kenden van thuis en op school alleen maar de vertrouwde Statenbijbel. Jaren terug had Terlaak deze bijbel van zijn broer als een verjaarsgeschenk gekregen en hem trots aan de jongens laten zien. Sindsdien was deze bijbel zijn trouwe metgezel op de wekelijkse clubavonden en lag deze open voor hem, als hij zijn bijbelverhaal vertelde. Hoe ze ook hun best deden, de jongens slaagden er niet in tijdig een nieuwe bijbel te bemachtigen. Ook bijbels bleken in die donkere oorlogsdagen een schaars artikel te zijn. Het geschenk kon daarom op de bewuste afscheidsavond niet gegeven worden. De bijbel zou hem echter nagebracht worden. Dat gebeurde enkele weken later. Samen met de secretaris van de jongensclub, Dick Prinsen, heeft de clubleider deze bijbel bij hem thuis in Den Haag gebracht. Dhr. Terlaak was erg blij nog iets van zijn dorp en zijn vrienden te horen. Niet lang daarna kwam er een einde aan zijn leven. Op 7 maart van het jaar 1945 stierf hij op 64-jarige leeftijd ten gevolge van dat verschrikkelijke bombardement. Met hem was een bijzonder mens heengegaan.
Naschrift
Dat de onbezonnen uitspraak van de jonge Terlaak, gedaan op het eind van de vorige eeuw, nogal wat deining in het rustige en ingetogen Wateringen veroorzaakte, blijkt hieruit dat door de volksmond het verhaal nogal wat veranderingen heeft ondergaan. Van dhr Van Velden uit Honselersdijk kreeg ik een aanvulling op het artikel over Dhr. Terlaak. Destijds woonde Van Velden aan het Groenepad. Van zijn vader hoorde ook hij het bessenverhaal, maar dan in een andere versie. Zijn verhaal lijkt mij wat plausibeler dan hetgeen mij in mijn jeugd verteld werd. U weet, dat de struiken van de kruisbes nogal wat dorens hebben. Toen de jonge Terlaak door zijn baas de tuin werd ingestuurd, om kruisbessen te plukken, stak hij zich, niets vermoedend aan de dorens. De lust om verder te plukken was hem vergaan. 's Avonds vroeg hij aan zijn kostbaas dhr. Hoek hoe die stekels aan die struiken kwamen. Harry Hoek zei hem, dat de Here God deze eraan had laten groeien. Terlaaks antwoord luidde, dan moet hij ze maar plukken ook.
Dhr. N.van den Berg vertelde mij een geheel ander verhaal. Hij had dit van zijn grootvader vernomen. Terlaak kreeg van Knoppert opdracht om te gaan spitten. Een ouderwets en zwaar karwei, dat hij helemaal niet zag zitten. Zijn antwoord luidde : De Here God heeft de wereld goed geschapen en ik ben niet van plan die om te keren. Deze versie wijkt geheel af van de beide vorige. In elk geval gaf de jonge Terlaak duidelijk aan, geen zin te hebben in het tuindersvak.
Ik was blij met deze reacties. Gaarne houd ik mij voor uw op- of aanmerkingen aanbevolen.
Westlandse Zondagsbode 19
GEORGE EDUARD TERLAAK
geboren 's-Gravenhage 23 maart 1880
overleden 's-Gravenhage 7 maart 1945
bevestigd als lidmaat der N.H.kerk 4 april 1900 te Wateringen
Wateringen : Plein 24 6 mei 1896
Amb.weg 82 11 dec. 1942
Den Haag : Carel Reinierskade 7 8 juni 1944





